Juryrapport Beste Gebouw van het Jaar 2017

ALGEMEEN

Een kunsttempel op een historisch landgoed tegenover een ‘schuur’ waarin praktijkonderwijs wordt gegeven, een station dat in zichzelf een stadje is en een stadhuis waar het volk letterlijk zijn stempel (of eigenlijk: vingerafdruk) op drukte, een ‘tropisch’ kantoor in een voormalige machinefabriek en een hofje als een oase in de stad. Het is een korte impressie van de boeiende zoektocht naar het Beste Gebouw van 2017, die de jury dwars door Nederland voerde. De twaalfde editie van de prijs bood een grote rijkdom aan projecten, leverde veel stof voor discussie, en resulteerde in een spannende eindstrijd tussen twee gebouwen.

Om te beginnen heeft de jury uitvoerig gesproken over wat deze prijs inhoudt; waar staat de term Beste Gebouw voor? De BNA wil met deze prijs meer bewerkstelligen dan een ideeenuitwisseling tussen vakgenoten. De centrale vraag is: welke meerwaarde kan de architect bieden aan samenleving en opdrachtgever? Die vraag is eens te meer aan de orde sinds de architectuur als gevolg van de economische crisis die in 2008 toesloeg zelf in een zware crisis belandde. De vastgoedmarkt stortte in, de beroepsgroep werd gehalveerd en het aantal leegstaande gebouwen groeide schrikbarend. In de jaren negentig en nul, toen de bomen tot in de hemel groeiden, leek bouwen vanzelfsprekend, nu heerste twijfel over de noodzaak van nieuwe projecten – als de financiering uberhaupt rond kwam. Architectuur moest zichzelf opnieuw legitimeren.

Maatschappelijke bijdrage

Na een tijd waarin de focus lag op esthetiek, draait het tegenwoordig veel meer om de maatschappelijke bijdrage die architectuur kan leveren. Uit de inzendingen blijkt dat er wordt nagedacht over andersoortige, alledaagse opgaven. De jury stond onder meer stil bij een kenniscentrum voor de (duurzame) melkveehouderij, een grote Albert Heijn supermarkt die is ingepast is in een landelijke omgeving, de verduurzaming van een aantal na-oorlogse flats en een reeks grote infrastructuurprojecten. Het zijn projecten waar vrijwel iedereen mee in aanraking komt, die tonen dat architectuur veel meer is dan nieuwe woonwijken uitrollen of mooimakerij. De jury grijpt deze gelegenheid graag aan om architecten daarin te toetsen, en het publiek inzicht te bieden in het vak.

Dat de architectuur zware jaren achter de rug heeft, zie je aan het aantal inzendingen: 113 – nagenoeg evenveel als vorig jaar, maar de helft minder dan in 2014. De vastgoedmarkt mag nu dan weer aantrekken, maar de echo van de crisis is in de trage bouwsector nog goed voelbaar. De grote ontwikkelaars en corporaties kregen de financiering voor bouwprojecten de afgelopen jaren maar moeilijk rond; het geld moest vooral van particulieren komen. Museum Voorlinden in Wassenaar is gebouwd door industrieel en kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh, een reeks woongebouwen kwam tot stand in opdracht van Collectieven van Particulieren, en er zijn ook architecten die zelf projecten zijn gaan ontwikkelen.

In lijn met de groeiende leegstand en het overheidsbeleid om zich te concentreren op het bouwen binnen de bestaande stad, zag de jury veel transformatie- en inbreidingsprojecten. Het project voor een restaurant op Vuurtoreneiland blinkt uit in de categorie ‘onzichtbare’ ingrepen; de architect heeft zich hier bewust ingehouden om de bijzondere sfeer op het voormalige forteiland te bewaren. Een prijzenswaardige aanpak, aldus de jury. In andere projecten is de omgang met context, geschiedenis en traditie juist expliciet tot uitdrukking gebracht in de architectuur. Een voorbeeld is het ontvangstpaviljoen bij de Steenfabriek Vogelensangh, een bedrijf met een rijke historie waar baksteen nog in traditionele koolgestookte ovens gebakken wordt. Bedaux de Brouwer ontwierp een paviljoen waarin de hier geproduceerde stenen centraal staan. In de almaar verder globaliserende en digitaliserende wereld laten deze kleinschalige projecten – veelal gerealiseerd met traditionele, low-tech materialen – een tegengestelde beweging zien, gericht op de lokale identeit en het maken.

Vakmanschap

Waarin kan een architect het verschil maken? Het begint bij de vraag of je wel of niet zou moeten bouwen, en waar: in de stad of de periferie, in het centrum of juist daarbuiten? Het feit dat architecten kunnen luisteren, hun interesse in andere mensen, is volgens de jury het allerbelangrijkst. Vervolgens is het de kunst om uiteenlopende wensen en verlangens – van de opdrachtgever, gebruikers, omwonenden – te vertalen naar een bouwwerk, dat op zijn plek past. Het gebouw moet goed functioneren, logistiek kloppen, je moet het begrijpen. Om dat voor elkaar te krijgen, moet de architect de juiste vragen en prioriteiten kunnen stellen, en de samenhang tussen de verschillende aspecten bewaken. Een sterke samenwerking tussen architecten, interieurontwerpers en landschapsarchitecten is daarbij essentieel, maar niet evident; het gemis van een goede afstemming tussende verschillende ontwerpdisciplines in projecten kwam regelmatig ter sprake.En ja, een gebouw mag ook mooi zijn, maar dat komt pas aan het einde. Vakmanschap is het woord dat dit alles samenvat, en het woord dat steeds terugkeerde in de discussie.

113 inzendingen, 4 categorieën

Om de maatschappelijke component van deze competitie te onderstrepen, zijn de inzendingen – net als in voorgaande jaren – ondergebracht in vier categorieën: Identiteit en Icoonwaarde, Particuliere Woonbeleving, Stimulerende Omgevingen en Leefbaarheid en Sociale Cohesie. De jury vond dit soms lastig, omdat sommige gebouwen in verschillende categorieen passen. De inzendingen zijn op drie onderdelen beoordeeld: de score binnen de categorie; architectonische criteria (stedenbouwkundige inpassing, conceptuele kracht, consistente uitwerking, materialisatie en detaillering) en de samenwerking tussen architect en opdrachtgever in relatie tot de opgave (proces, planning, omgang met budget, communicatie). Op basis van het ingezonden materiaal is een eerste selectie gemaakt, waarna de jury een longlist heeft samengesteld. Deze is, na een uitvoerig debat, teruggebracht tot een shortlist van achttien projecten, die bezocht en beoordeeld zijn.

Per categorie kon de jury maximaal drie projecten nomineren, waarvan één categoriewinnaar. Daarnaast bestond de mogelijkheid om maximaal drie projecten een eervolle vermelding toe te kennen. Uit de genomineerde inzendingen is tot slot het Beste Gebouw van het Jaar gekozen.

Stimulerende Omgevingen

In deze categorie zocht de jury naar gebouwen die een bijdrage leveren aan werk-, leer- of genezingsprocessen. Ziekenhuizen en basischolen ontbraken dit jaar, een aantal nieuwe ondernemersconcepten sprong eruit. B.Amsterdam is een bedrijfsverzamelgebouw, gericht op het (fysiek) bij elkaar brengen van start-ups en zzp-ers, in een sfeer die past bij de identiteit van deze jonge bedrijven en merken. Een tweede voorbeeld van branded building experience is de renovatie van de voormalige Shell toren in Amsterdam door een groep jonge ondernemers uit de muziekindustrie. De toren, met hotel, kantoren, horeca en uitkijkplatform, profileert zich als een nieuw ‘personage’: ADAM. Programmering, styling, interieur en reclamecampagnes/uitingen op social media zijn in dit soort projecten steeds belangrijker, de rol van de architect ligt met name in het scheppen van een sterk ruimtelijk kader voor de verschillende activiteiten, en de presentatie van het gebouw naar de stad.

Particuliere Woonbeleving

Een lastige categorie:er werden veel mooie woonhuizen ingezonden, die moeilijk met elkaar te vergelijken waren. En zoals eerder gezegd, stond esthetiek niet voorop; de jury wilde ook een maatschappelijke bijdrage zien, bijvoorbeeld ten aanzien van duurzaamheid, vernieuwing in woontypologie of de relatie met de openbare ruimte. Een van de uitdagingen in deze categorie is om de individuele wensen van bewoners te verenigen met het publieke belang. Casco-woningen zijn een mogelijke oplossing; bewoners kunnen hierbij het interieur naar wens (laten) afbouwen, terwijl de architect zich ontfermt over het totaalbeeld. Deze woningen zijn onder meer te zien in de projecten Black Jack, Patch22 en Agaathhof. Twee particuliere woningen waren op de dagen van de jurering niet beschikbaar voor bezichtiging, waardoor ze niet in aanmerking kwamen voor een nominatie: Landgoed Valkenberg (Ard de Vries) en Casa Kwantes (MVRDV).

Vermeldenswaardig is de jaren vijftig bungalow in Oud Beijerland die Victor de Leeuw duurzaam renoveerde. Het getuigt van lef om deze weinig gewaardeerde bouwstijl in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen. Een ander project dat de jury wil noemen, is de renovatie van een vijftal na-oorlogs appartementengebouwen in de Arnhemse wijk Klarendal. De verduurzaming van het complex is aangegrepen om het complex ook ruimtelijk te verbeteren, van de entrees en de lichtinval tot en met de uitstraling van de gevels. In dit soort alledaagse opgaven ligt nog heel veel werk.

Leefbaarheid en Sociale Cohesie

Wat in Klarendal op een kleine schaal is gedaan, is bij de zogenoemde Klusflat in de Amsterdamse Bijlmermeer veel grootser aangepakt. Het is een van de projecten die eruit sprong in deze categorie. Een ander bouwwerk dat opviel, was het Sportpark Willem Alexander in Schiedam, gerealiseerd boven op een snelweg. De jury was niet overtuigd van de architectonische kwaliteit, maar vindt het goed hoe een infrastructurele opgave hier is aangegrepen om een nieuwe openbare ruimte te maken; een waardevolle denkrichting voor de toekomst.

Identiteit en Icoonwaarde

Deze categorie stak met kop en schouders boven de andere inzendingen uit; hier was het moeilijk kiezen. Museum Voorlinden maakte indruk door de fantastische kunstbeleving. Het project is exemplarisch voor de (particuliere) kunstwereld van nu, en heeft volgens de jury de potentie om uit te groeien tot het Kroller Muller van de 21e eeuw. Opdrachtgever Joop Van Caldenborgh heeft de discussie over de architectuur tijdens de uitvoering vooral met zichzelf gevoerd, en op deze manier perfectie bereikt.

Bij de projecten voor station Breda en het Stadhuiskwartier in Deventer moest met veel belanghebbenden gerekend worden, en de stedenbouwkundige situatie, waarbij een groot gebouw in de binnenstad ingepast moest worden, maakte het ingewikkeld.
In beide gevallen is gezocht naar architectuur die zich niet alleen fysiek verbindt met de stad, maar ook met de historie en identiteit van de plek. In Deventer is de bestaande stedenbouwkundige structuur bewaard en gerespecteerd, in Breda is de barriere die het spoor vormde geslecht door het station over het spoor te bouwen, en een voetgangerspassage aan te leggen. Het hele gebouw is opgetrokken in baksteen – het bouwmateriaal van Breda (ontwerpfases afleesbaar in metselwerk). Stedenbouwkundig vond de jury beide projecten even sterk, en ook architectonisch doen ze niet voor elkaar onder.
Complicerende factor in Deventer was de weerstand van de bevolking tegen het project Deze is uiteindelijk overwonnen door de inwoners erbij te betrekken; de gevels zijn gedecoreerd met vingerafdrukken van Deventenaren. Dit kunstwerk draagt bij aan het uitgesproken karakter van het gebouw, en ‘geeft het geheel iets mystieks’, aldus de jury. Koen van Velsen liet zich op zijn beurt inspireren door de gevels in Italiaanse steden, waarin je de aanpassingen in de loop der tijd afleest aan de dichtgemetselde ramen en deuren. Op dezelfde manier heeft hij de verschillende ontwerpfases als ‘ornamenten’ zichtbaar gemaakt in de gevel.
De jury vindt het Stadhuiskwartier een zeer zorgvuldige invulling in het stadsweefsel. Het project wordt vergeleken met een haperend horloge dat nu weer perfect loopt. OV-terminal Breda confronteert ons met de paradox van de toenemende mobiliteit: hoe voorkom je dat met de aanleg van (spoor)wegen en stations stadsdelen van elkaar gescheiden raken? Op verrassende en inventieve wijze zijn verschillende verkeersstromen en functies – wonen, werken, winkelen – integraal opgelost in een gebouw dat past als een Italiaans maatpak en de kwaliteit van het hele omringende gebied omhoog trekt. Dat laatste vindt de jury een belangrijk signaal. Er liggen nog veel opgaven op het gebied van infrastructuur en logistiek op stapel. Dit project laat zien dat je door deze te benaderen als een integrale opgave, een aanzet kunt maken voor een veel grotere stedelijke ontwikkeling.

Bij station Breda plaatst de jury meer kanttekeningen dan bij het perfect afgewerkte stadhuis in Deventer. Daar tegenover staat de innovatie die architect Van Velsen bengt, bijvoorbeeld met zijn idee om de parkeergarage op het dak te plaatsen en woningen aan het programma toe te voegen. Het concept van het station als een stuk stadsweefsel overtuigt, en dit is tot in het kleinste detail uitgewerkt, van stoel tot stad, zoals architect Jaap Bakema (1914-1981) het zei. In de slotoverweging speelt het verschil in schaal mee: Breda torent boven de andere projecten uit in complexiteit en formaat. Het ontwerp raakt aan veel verschillende ruimtelijke thema’s: de inpassing van grootschalige infrastructuur, binnenstedelijk wonen, openbare ruimte. Daar waar in Deventer een bouwblok fraai afgemaakt is, is in Breda de toon gezet voor de grootschalige herontwikkeling van het stationsgebied. ‘Het station voelt als een gebouw waaromheen nog zoveel meer kan ontstaan. Partijen worden uitgedaagd om, net als in dit project, over hun schaduw heen te springen, en meer samen te werken’, aldus de jury.

Zo komt zij uiteindelijk tot een eensluidende conclusie. Het Stadhuiskwartier is het sterkst als icoon en drager van de Deventer identiteit, OV-Terminal Breda overstijgt die kwaliteit; het project overspant alle categorieen, boort daarbij nieuwe denkrichtingen aan en toont het meesterschap van de architect. Daarom benoemt de jury het Stadhuiskwartier tot categoriewinnaar en wordt OV-Terminal Breda unaniem gekozen tot Beste Gebouw van het Jaar.

CATEGORIE IDENTITEIT & ICOONWAARDE

OV Terminal Breda (Beste Gebouw van het Jaar)
Architect: Koen van Velsen architecten
Opdrachtgever: ProRail i.s.m. NS Stations en gemeente Breda

OV Terminal Breda is veel meer dan een treinstation; het omvat een busstation, een passage, een parkeergarage op het dak, 9000 m2 winkels, 20.000 kantoren, 147 woningen in 4 blokken, fietsenstalling 6000 stuks, 2 pleinen. Architect Koen van Velsen bracht al deze functies bij elkaar in een bakstenen gebouw dat over het spoor is gebouwd en via de nieuwe (OV-poortvrije) voetgangerspassage ook letterlijk het centrum met de wijk Belcrum verbindt. Met dit monumentale bouwwerk is de toon voor de verdere (her)ontwikkeling van het stationsgebied gezet.
De jury is diep onder de indruk van het gigantische gebouw, dat voelt als een stadje. De toevoeging van woningen, die als ‘poten’ op de voorpleinen landen en de overgang van het station naar de omringende buurt bewerkstelligen, vindt de jury een vondst, evenals de enorme vensters waardoor je op de perrons kijkt, en de spectaculaire parkeergarage op het dak.
In een gebouw van deze omvang zijn minder geslaagde onderdelen onvermijdelijk; zo vindt de jury de entrée aan de stadszijde vrij laag en donker. Tegenover een aantal kleine kanttekeningen staat de vernieuwende stationstypologie en de sterke relatie met de stad. Het gigantische gebouw sluit goed aan op de omgeving, in schaal en materiaal. Het is groots, maar domineert niet. Het past bij bourgondische sfeer van Breda en heeft tegelijk internationale klasse.
Stedenbouw, architectuur, logistiek, licht- en kleurgebruik, interieur, bewegwijzering – alle facetten van het architectenvak komen bij elkaar in dit publieke gebouw, dat de gemeente en de buren ‘verplicht’ om met eenzelfde kwaliteit verder te ontwikkelen; noblesse oblige. Station Breda viert het vakmanschap, en de waarde van gebouwen voor de stad.

Stadhuiskwartier Deventer (Categoriewinnaar)
Opdrachtgever: gemeente Deventer
Architect: Neutelings Riedijk

Het nieuwe Stadhuiskwartier brengt het stadsbestuur en alle gemeentelijke diensten – voorheen verspreid over een groot aantal kantoren – onder één dak. Aansluitend op het oude historische stadhuis, bouwde Neutelings Riedijk een hedendaags palazzo rond een overdekt binnenplein: de publiekshal. Dit plein maakt deel uit van een stelsel van pleinen en stegen, dat aansluit op het bestaande stratenpatroon. Op deze manier is een rommelig stuk stad vakkundig ‘gerepareerd’.
De jury is vol bewondering over wat hier tot stand is gebracht, en vindt het een ‘ongelooflijk mooi’ gebouw. Het is markant en tegelijk goed ingepast; met respect voor traditie en de plek is een ontwerp gemaakt dat ‘nergens anders had kunnen staan, en onmiskenbaar van nu is’. Het is monumentaal en huiselijk ineen, heeft een tijdloze uitstraling en is energiezuinig in gebruik.
De samenwerking tussen architecten, interieurontwerpers en landschapsarchitecten is tot in de puntjes verzorgd. Van de centrale hal en de gerenoveerde raadszaal tot de bedrijfskantine en de lichte kantoren van de ambtenaren; overal proef je kwaliteit.
Die kwaliteit is niet evident gezien het lastige proces. Het project kent een lange voorgeschiedenis, waarbij de architect zijn ontwerp meerdere malen moest aanpassen aan veranderende wensen. Er was veel weerstand onder de bevolking. Deze is uiteindelijk overwonnen door burgers te betrekken bij het project. De houten gevelkaders zijn verrijkt met een kunstwerk van Loes ten Anscher, die de vingerafdrukken van 2264 Deventenaren in aluminium goot. Op deze manier is het stadhuis daadwerkelijk een huis van de gemeenschap geworden. Het Stadhuiskwartier wint daarom in deze categorie.

Museum Voorlinden, Wassenaar
Opdrachtgever: Museum Voorlinden
Architect: Kraaijvanger Architects

Dit is once in a lifetime, dat een kunstcollectie zoals die van industrieel en kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh voor het publiek toegankelijk gemaakt wordt. Alleen dat gegeven maakt museum Voorlinden, gelegen op het gelijknamige historische landgoed, al iconisch.
Iconisch is ook de consistentie waarmee de opdrachtgever te werk is gegaan. Samen met architect Dirk Jan Postel maakte Van Caldenborgh een reis langs beroemde musea zoals De Menil in Houston en Fondation Beyeler bij Basel (beiden ontworpen door Renzo Piano), waarop het ontwerp geïnspireerd is. Vernieuwend is het ‘lichtdak’ met buisjes, waardoor noorderlicht direct en ‘levend’ zuiderlicht indirect binnenvalt. Een andere innovatie betreft de nooduitgangbordjes, die – net als de rest van de techniek – onzichtbaar in de wit gestuukte wanden zijn weggewerkt, en pas zichtbaar worden als ze (bij brand) aanknippen. Doel was om alle ‘ruis’ uit het gebouw te krijgen, opdat alle aandacht gericht blijft op de kunst en het omringende landschap.
De jury is vol bewondering over het alom aanwezige perfectionisme dat spreekt uit het gebouw. Kosten noch moeite zijn gespaard, en over elke schroef is nagedacht. De ‘kaalheid’ van de ruimtes wordt als prettig ervaren; het gebouw staat honderd procent in dienst van de kunst. In vergelijking met de vernuftige lichtval vindt de jury de tectonische uitwerking – bijvoorbeeld de vormgeving van de kolommen – tamelijk traditioneel. Het interieur, ontworpen door de Italiaanse ontwerper Andrea Milani, oogt verfijnder.
Opmerkelijk is dat de opdrachtgever zelf optrad als hoofdaannemer van de dertig betrokken bouwbedrijven. Ook dat proces maakt dit project iconisch.

CATEGORIE STIMULERENDE OMGEVINGEN

Joolz HQ, Amsterdam (Categoriewinnaar)
Architect: Space Encounters
Opdrachtgever: Milk design BV

De verbouwing van een oude machinefabriek in Amsterdam-Noord tot het hoofdkantoor van kinderwagenproducent Joolz is de volgende stap in de hippe werkomgeving: tussen pionieren en corporate in. Met een beperkt budget en eenvoudige, low key-materialen (betonstenen, systeemplafonds) hebben de architecten van Space Encounters een sprankelende werkomgeving gecreëerd, die de opdrachtgever op het lijf geschreven is.
De karakteristieke stalen spanten en kraanbaan in de machinehal zijn behouden, de bakstenen straatgevel is ‘gepimpt’ door gekantelde glasplaten in de raamopeningen te plaatsen. Onder de bestaande daklichten is een drietal tropische kassen gebouwd, die zorgen voor een aangenaam binnenklimaat.
De jury ziet dit project als een aanjager voor deze buurt-in-ontwikkeling, en voor het jonge bedrijf, dat zich hier verder kan ontwikkelen. Mocht Joolz uiteindelijk uit zijn jasje groeien, dan laat het een mooi pand achter. De architecten hebben de identiteit van het bedrijf goed aangevoeld. Branding is in het bedrijfswezen steeds belangrijker, dit project is voorbeeldstellend in de manier waarop het merk vertaald is naar architectuur. Je proeft het plezier in het proces; zelfs het meubilair en het logo in het toegangshek is mee-ontworpen. De keuze om het kantoor rondom de drie kassen te bouwen, vindt de jury even gedurfd als geslaagd. Daar waar groen in bedrijfspanden meestal een sluitpost is, is het hier bestempeld tot dé kwaliteit van het gebouw. En het is meer dan kijknatuur; de kassen worden ook gebruikt om in te werken en vergaderen. Dit is een werkelijk stimulerende omgeving, en de onomstreden categoriewinnaar.

SintLucas, Eindhoven
Architect: architectenbureau Cepezed
Opdrachtgever: SintLucas College

Door zich midden in de creatieve wijk Strijp S – het voormalige Philipsterrein – te vestigen wil VMBO- en MBO-college SintLucas een betere aansluiting tussen zijn opleidingen en het bedrijfsleven tot stand brengen. Architectenbureau Cepezed verbouwde het voormalige Natlab van Philips en voegde daaraan een aantal moderne bouwblokken toe. Mbo- en vmbo-leerlingen hebben hun eigen domein in de oudbouw, waar zij klassikaal onderwijs krijgen, op de begane grond bevinden zich de praktijklokalen. Oud- en nieuwbouw zijn met elkaar verbonden in het multifunctionele atrium, dat fungeert als ‘dorpsplein’ en ook dienst doet als restaurant, expositieruimte en evenementenzaal.
Om te beginnen met deze centrale ruimte: die vindt de jury wonderwel geslaagd. Lopend over de brede podiumtrap, voel je dat gebouw leeft, terwijl de bakstenen oudbouw een rustige achtergrond biedt voor de leerlingen. De ruimtelijke structuur, waarbij verschillende zichtrelaties en verblijfsplekken zijn gecreeerd, stimuleert kennisuitwisseling en ontmoeting. Jammer dat je aan de buitenkant niets van deze levendige binnenwereld ervaart; het gebouw oogt abstract en vrij gesloten. Een tweede punt van kritiek betreft de weinig gevarieerde leeromgeving; leerlingen zitten overal in dezelfde klaslokalen. De opdrachtgever heeft ervoor gekozen om de architect geen interieuropdracht te geven; de jury denkt dat dat een gemiste kans is.
Dat neemt niet weg dat de jury het idee om de school midden in deze creatieve wijk te plaatsen toejuicht. De keuze om met het oude Natlab-gebouw aan de slag te gaan wordt ‘moedig’ gevinden. Met een beperkt (scholenbouw)budget is hier veel kwaliteit bereikt.

CATEGORIE LEEFBAARHEID & SOCIALE COHESIE

De Smaragd, Amsterdam (Categoriewinnaar)
Architect: M3H
Opdrachtgever: De Alliantie ontwikkeling

Op de hoek van de Insulindeweg, pal naast station Amsterdam Muiderpoort, heeft M3H een deel van een bestaand bouwblok vernieuwd. Daarbij zijn 102 woningen teruggebouwd rond een gemeenschappelijke daktuin, die op de parkeergarage is aangelegd.
De Smaragd sluit aan bij de rijke geschiedenis van de Nederlandse corporatiebouw. De jury is onder de indruk van de manier waarop het gebouw ingepast is op deze plek. De achtergevel sluit met zijn pandsgewijze indeling aan op de 19-eeuwse bebouwing, aan de voorzijde wordt voortgeborduurd op de Amsterdamse School-stijl met zijn rijkdom aan ornamenten. Van de brievenbussen bij de voordeuren tot de onderzijdes van de balkons; er is niet bezuinigd op details.
De typologie van het gesloten bouwblok met binnenplaats past in de traditie van de Indische buurt, de mix van koop- en huurwoningen (waaronder 4-slaapkamerappartementen voor grote gezinnen) bij het diverse karakter van de wijk. Met eenvoudige materialen, met aandacht en liefde bewerkt, hebben de architecten een bijzondere, luxe uitstraling weten te creëren. Het overstek op de hoek geeft het gebouw een ‘kop’ en vormt een mooi stedenbouwkundig accent. De plint met het café en bankjes op de stoep functioneert goed en brengt leven op straat, de binnenhof vindt de jury iets minder geslaagd, ook omdat deze vrij donker is. Stedenbouw, architectuur, woningtypologie, materiaal en ornament; in de omgang met al deze aspecten is dit project buitengewoon gebalanceerd. Daarom is De Smaragd de winnaar in deze categorie.

DeFlat, Amsterdam
Architect: NL Architects, XVW Architectuur
Opdrachtgever: Kondor Wessels Vastgoed

De Flat is verreweg het meest ambitieuze project dat de jury bezocht: in schaal, op sociaal vlak en in het risicodragend ondernemerschap. In 2011 kocht een groep bevriende ondernemers voor het symbolische bedrag van 1 euro (zo graag wilde woningcorporatie Rochdale er vanaf) een volledig uitgewoonde galerijflat in de beruchte Bijlmermeer. Ze bedachten het concept Klusflat, waarbij kopers zelf hun cascowoning afbouwen.
Het succes van dit project schuilt grotendeels in dat concept. Kopen geeft verantwoordelijkheid over de woning, klussen trekt ondernemende mensen aan en schept een band. Het klooster (met kapel en kloosterbierbrouwerij) dat in de flat is gevestigd, een gezamenlijke onderneming van vijf gezinnen, is een sprekend voorbeeld.
Opdrachtgever en architect staan voor een pragmatische, hands on aanpak. De opdrachtgever heeft zelf kopers geworven en was betrokken bij de bouw. De verdienste van de architect schuilt met name in de architectonische waardebepaling. Hij heeft de kwaliteit van het modernistisch erfgoed herkend en deze grotendeels teruggebracht. De betonnen gevels zijn in ‘brute’ glorie hersteld, de bedompte entrees en onderdoorgangen zijn ruimtelijk verbeterd, alle installaties werden vernieuwd.
Er is lichte twijfel over de duurzaamheid van deze renovatie. De aansluiting tussen de plint en de straat laat te wensen over, de tristesse is niet helemaal van de galerijen verdwenen, en hoe lang blijft het beton mooi? De jury ziet wel dat deze aanpak werkt: alle woningen zijn verkocht, het gebouw leeft en het biedt aan een brede doelgroep een fijne – en betaalbare – woonplek.

Sportcentrum De Rozenburcht, Rozenburg
Architect: Koen van Velsen architecten
Opdrachtgever: Gemeente Rotterdam

Sporthallen en zwembaden: het zijn de plekken waar de jeugd beweegt en elkaar treft, en waar verenigingen een thuishonk vinden. Belangrijke gebouwen, en toch wordt er doorgaans weinig aandacht aan besteed; het cliché van de muffe gymzaal bestaat niet voor niets. Het nieuwe sportcentrum De Rozenburcht, gelegen aan de rand van Rozenburg, laat zien hoe het ook kan. Architect Koen van Velsen maakte een multifunctioneel gebouw – liefst 25 lokale verenigingen maken er gebruik van – dat frisheid ademt en chique oogt. De architect kreeg een complete opdracht, waarbij naast het gebouw ook het omringende parkje en het interieur is mee ontworpen, tot en met de bewegwijzering en de speciaal voor dit project vervaardigde, groengrijze baksteen.
Prachtig gemaakt, duurzaam ook, en met veel ruimtelijke kwaliteit, luidt de eerste reactie van de jury. Maar waar de een de sobere, serene sfeer prijst, vindt de ander het gebouw wat zwaar op de hand, en overgeesthetiseerd. De vraag rijst of de architectuur voldoende ruimte laat aan de gebruikers om de ruimtes eigen te maken. Verder wordt een koppeling tussen de foyerruimte en het parkje gemist; daarmee zou je meer van het leven in het gebouw ervaren. Al met al is de jury onder de indruk van het monumentale ontwerp en noemt zij het ‘een prestatie van vermogen’ van de gemeente en de architect om dit sportcentrum met zoveel zorg te maken, en ruimte te geven aan vakmanschap.

CATEGORIE PARTICULIERE WOONBELEVING

Agaathhof, Groningen (Categoriewinnaar)
Architect: De Zwarte Hond
Opdrachtgever: Rottinghuis/Beauvast

In de luwte van de Groningse markt met zijn kroegjes en winkels ligt de Agaathhof, een oase van rust in het levendige centrum. Rondom een gemeenschappelijk hofje zijn 17 stadswoningen gerealiseerd, met daaronder een ruime parkeergarage. Met zijn klassieke metselwerk gevels sluit het wooncomplex aan op de omringende bebouwing, terwijl de aangrenzende straat bij het hofje is betrokken. Met het standaard bouwsysteem van de betrokken bouwer heeft De Zwarte Hond ruime casco woningen – mét vide – ontworpen, waarvan de indeling en afwerking mede door de bewoners is bepaald.
De jury vindt dat in dit project een goede balans is gevonden tussen prefab bouwen en persoonlijke woonwensen, en tussen private en publieke ruimtes. Het hofje is fraai ingebed in het stadsweefsel, de typologie past bij de identiteit van de plek. De overgang vanuit de straat naar het collectieve hofje, via een brede trap, noemt de jury ‘subliem’. Je voelt dat het hofje van de bewoners is, maar je kunt er wel doorheen kijken. Daar waar de verkeers- en buitenruimtes in de meeste woongebouwen een sluitpost vormen, is hier veel aandacht besteed aan de inrichting van de binnentuin, de parkeergarage en zelfs de bergingen. Een kleine kanttekening wordt geplaatst bij de hoge plantenbak in het hofje, die de ruimte minder geschikt maakt als ontmoetingsplek.

Dit project laat zien dat je ook met systeembouw individuele woonwensen kunt realiseren. Het ontwerp is een voorbeeldige invulling, die klopt van straat tot huis: de verdiende categoriewinnaar.

EERVOLLE VERMELDINGEN

De Buitenkans, Roosendaal
Architect: RO&AD architecten
Opdrachtgever: Da Vinci College

Het verhaal achter school- en buurttuin De Buitenkans in Roosendaal is schrijnend. Er was geen plaats in het nieuwe gebouw van het Da Vincicollege voor de leerlingen groen- en dierverzorging van deze VMBO-school. Budget voor de gewenste schooltuintjes was er eigenlijk niet. Toen de gemeente uiteindelijk een ‘oefenterrein’ aan de rand van de stad beschikbaar stelde, besloot een buurman de aangrenzende grond achter zijn tuin daaraan toe te voegen, met het idee om een collectieve groene ruimte voor school en buurt te maken.
RO&AD architecten won de besloten prijsvraag met een even eenvoudig als slim ontwerp, waarbij alle gevraagde functies – berging, leslokaal, volière, kas – achter elkaar in een langgerekte ‘schuur’ zijn ondergebracht. Het archetypische gebouw, dat diagnoaal op het terrein is geplaatst, geeft de voorheen anonieme plek een eigen identiteit, en deelt het terrein op in verschillende zones. De houten spanten zijn, vanwege het minimale beschikbare budget, door een docent en een viertal leerlingen getimmerd. Om dezelfde reden is het gebouw zo ontworpen dat het (vrijwel geheel) in zijn eigen energiebehoefte voorziet.
Een bijzonder sympathiek handen-uit-de-mouwen project, aldus de jury, al blijft het zuur dat dit soort initiatieven niet uit gewone onderwijsbudgetten worden gerealiseerd. Knap hoe met weinig middelen iets bijzonders is gemaakt, en bijzonder hoe het bouwproces is georganiseerd. Er zaten partijen aan tafel die normaal niet bijeen komen, wat spanning, gaf, maar ook tot creativiteit leidde.
Er is wel twijfel over de bestendigheid van het gebouw; hoe zal de houten constructie zich houden? Vast staat dat het gelukt is om een fijne plek voor deze ‘vergeten’ groep leerlingen te creëren. Dat gebaar wil de jury waarderen met deze eervolle vermelding.

Patch22 en Black Jack, Amsterdam
Patch22 – Architect: FRANTZEN et al, opdrachtgever: Lemniskade BV
Black Jack – Architect: BNB architecten i.s.m. BO6 architecten, opdrachtgever: Energie- neutrale Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) BlackJack

In AmsterdamNoord wordt op een voormalig industrieterrein de nieuwe woonwijk Buiksloterham ontwikkeld, een ‘proeftuin’ voor duurzaam bouwen. De woongebouwen Patch22 en Black Jack zijn de uitkomst van de zogenoemde duurzaamheidstender die de gemeente in 2010 uitschreef, waarbij niet het grondbod, maar de duurzaamheidsscore doorslaggevend was. Patch 22, ontworpen en ontwikkeld door architect Tom Frantzen, is het eerste houten hoogbouwproject van Nederland. Met zijn robuuste vakwerkconstructie appeleert het aan de stoere sfeer van dit gebied. Het gebouw bestaat uit uit hoge casco-ruimtes, die geschikt zijn voor wonen en werken. Doordat de verdiepingen verdeeld zijn in meerdere appartementsrechten, kunnen de grote woningen in de toekomst gesplitst worden, wat bijdraagt aan de flexibiliteit van het gebouw. Black Jack kent een vergelijkbare opzet met casco-woningen, die de bewoners naar wens kunnen indelen. Troef van beide gebouwen zijn de grote balkons.
De jury is positief over de rol van de gemeente om duurzaam bouwen op deze manier te stimuleren, evenals de ondernemende houding van de architecten. Het heeft geleid tot niet-standaard woningen, met veel licht, fijne buitenruimtes en een grote variatie aan interieurs.
Tegenover de kwaliteit van de individuele woning staat dat er weinig aandacht is besteed aan collectieve ruimtes en de relatie met de omgeving. Het ontwerp stopt bij de stoep; de gemeente onttrekt zich aan zijn verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte. De entrées ogen wat karig, terwijl thuiskomen toch begint bij de voordeur.
Beide projecten blijken net niet sterk genoeg voor een nominatie. Met deze gecombineerde eervolle vermelding wil de jury opdrachtgevers en architecten aanmoedigden om te blijven investeren in innovatie op het gebied van woningbouw.

De jury:

Hans Wijers (voorzitter)
Edwin Oostmeijer
Ellen van der Wal
Anne van der Zwaag
Tim van der Grinten
Harry Abels

Juryrapport:
Kirsten Hannema, zelfstandig journalist

Inloggen op
Gebouw van het jaar

Wachtwoord vergeten?
Registreren (Sluiten)